Condenstesten onderscheiden zich in 2 hoofdgroepen, eenzijdige en alzijdige testen.

De eenzijdige testen gebeuren in een condenskast volgens ISO 6270-1, een afgesloten ruimte waar een atmosfeer van 100 % relatieve luchtvochtigheid heerst bij een temperatuur van 38 ± 2 °C. De zijde van de ((nagenoeg) vlakke) monsters bevindt zich in de condensfase, de achterzijde van het paneel/monster bevindt zich bij standaard laboratoriumcondities (23 °C en 50 % RV).

Alzijdige condenstesten volgens ISO 6270-2 worden uitgevoerd in een klimaatkast bij 40 °C en 95-100 % RV waarin de monsters zich bevinden. De expositieduur kan variëren van 24 uur tot 1000 of 2000 uur, geheel afhankelijk van de specificatie. De norm beschrijft ook wissel RV testen. Indien gewenst is er ook de mogelijkheid om gassen in te laten.

Het laboratorium beschikt daarnaast ook over enkele klimaatkasten waarin de temperatuur en relatieve luchtvochtigheid naar believen kunnen worden ingesteld en/of gevarieerd. Indien gewenst is er ook hier de mogelijkheid om gassen in te laten.

Hechting van verf

Het meten van de hechting van verf op een ondergrond kan aan de hand van diverse normeringen worden uitgevoerd. Het resultaat zou een helder en reproduceer antwoord moeten geven op de vraag of een verfsysteem [...]

Autoclaaf testen

De laatste jaren neemt de vraag naar verftesten onder hoge druk en temperatuur in combinatie met corrosieve gassen toe. In diverse normen en specificaties, zoals bijvoorbeeld ISO 15741, EN 10289,EN 10290, ARAMCO 09-SAMSS-067 APCS 27, [...]