Regelmatig ontstaat in de bouw en (proces)industrie discussie over de levensduur van verfsystemen op metalen elementen. Bij schades en claims concentreert zich dat veelal op het al dan niet reinigen van het systeem en de frequentie ervan. Oftewel, gebruikers of beheerders schieten tekort. Maar volgens de opstellers van dit opiniestuk zit het vaak anders, en verbergen leveranciers zich achter reinigingsvoorschriften.

P. van der Spoel en E. Huijsmans

Peter van der Spoel en Erwin Huijsmans zijn beiden senior adviseur bij het Centrum voor Onderzoek en Technisch advies (COT) in Haarlem.

Verfleveranciers en applicateurs melden steevast dat de levensduur van een oppervlaktebehandeling negatief wordt beïnvloed door vuil en vocht, inwerking van zuren, zouten en andere agressieve stoffen. Voorschriften met reinigingsmethodes/-frequenties en voorwaarden moeten vervolgens leiden tot adequaat functioneren van de coating.

Voor een onafhankelijk oordeel krijgt COT vanuit verschillende hoeken, zoals van beheerders, eigenaren, leveranciers enzovoort, opdracht om klachten bij metalen die zijn behandeld met een beschermsysteem van bijvoorbeeld poedercoatings nader te onderzoeken. De eerste klachten worden door poedercoatbedrijven cq. leveranciers namelijk direct en vaak vanuit kantoor afgewimpeld met als reden dat er niet, onvoldoende, onjuist of met verkeerde middelen is gereinigd. De klacht wordt afgewezen en de eindgebruiker zit met de schade, de (schriftelijke) garantie ten spijt.

 

Voorschriften

Alle handleidingen, richtlijnen, informatie-, kenmerken- en productbladen van poedercoatleveranciers/-applicateurs en brancheorganisaties hanteren vrijwel identieke reinigingsvoorschriften met bijbehorende frequenties. Deze reinigingsfrequenties worden beïnvloed door de volgende vuilbelastende factoren.

Omgevingsfactoren

  • Ligging binnen 25 km van de kust (zoutneerslag).
  • Ligging direct boven maaiveld (opspattend vuil).
  • Ligging boven water (condensvorming).
  • Stedelijk gebied (uitstoot verbrandingsgassen).
  • Industriële omgeving (uitstoot chemicaliën, rookgassen, ertsstof).
  • Verkeersbelasting (zwavelverbindingen, stikstofverbindingen, stofdeeltjes van remvoering, ijzer- en koperdeeltjes van railverkeer).
  • Overdekte gebieden (geen beregening).
  • Bevuiling door dieren.

Gebruiksfactoren

  • Moeilijk bereikbaar voor doelmatige reiniging.
  • Intensief gebruik (deuren).

Oriëntatiefactoren

  • Ongunstige ligging op de zon.
  • Weinig beregening.

Wanneer sprake is van één of meer vuilbelastende factoren spreek men van een verhoogde belastingsfactor; in alle andere gevallen van een normale belastingsfactor.

Gezien de ‘gangbaarheid’ van deze storingsfactoren blijft er geen ‘normale’ belastingfactor meer over. Dus moet worden overgegaan op intensief reinigen, grofweg twee tot vier maal per jaar. En dat aantoonbaar. Bij het niet kunnen bewijzen dat er gereinigd is, bijvoorbeeld via facturen, door een erkend (industrieel) schoonmaakbedrijf met ‘geëigende middelen’, dan vervalt automatisch de garantie.

In de praktijk leveren deze voorschriften en alle voorbehouden behalve voldoende voer voor gespreksstof, ook een veel gehanteerd middel om onder zo’n beetje elke verantwoordelijkheid uit te komen. Nota bene: deze reinigingsvoorschriften zijn ooit eind jaren ’80 geadviseerd voor glans- en kleurbehoud van gepoedercoate onderdelen, dus vanuit een motivering van esthetisch behoud. Nu worden ze echter te pas en te onpas gebruikt tegen elke kwalitatieve klacht, zoals onthechting, (filiforme) corrosie, barstvorming en minimale weerstand tegen beschadigen. Eén factor is zo opvallend dat we het extra willen benadrukken: ‘moeilijk bereikbaar voor doelmatige reiniging’. Kortom, moeilijk bereikbaar, reinig vaker.

 

Argumentatie

COT onderzoekt jaarlijks gemiddeld honderd schadegevallen bij metalen objecten met een poedercoating. Ter voorbeeld: een schadegeval waarbij in een gehele woonwijk in korte tijd de balkonhekken van helder blauw naar paars-achtig verkleuren. De coating blijkt bovendien een geringe weerstand te bezitten tegen mechanische beschadigingen. Bij een eenvoudige spottest (meer precies: polymerisation-test met xyleen) conform de Qualicoat-specificaties blijkt de poedercoating volledig te verweken. Een geval waarbij klaarblijkelijk tijdens de curing of de doorharding van de poedercoating iets niet goed is gegaan. Volgens de leverancier is het product geleverd onder Qualicoat-specificatie, en moet voldoen.

Er vindt overleg plaats met diverse projectpartners en deskundigen. Eén van geopperde oorzaken voor het gebrek: ‘niet-reinigen’, zoals te verwachten. Maar plots blijkt dat bij een chemische fabriek in de omgeving een lekkage heeft gehad waardoor de poedercoating is aangetast. Dat is geen sterk argument; als chemicaliën zo snel een coating aantasten, dan is immers sprake van een milieudelict. Bovendien vertoont het leuningwerk in een ‘gesloten’ trappenhuis dezelfde tekortkoming.

Derde argument is dat de spottest niet op locatie mag worden uitgevoerd, maar uitsluitend vlak na applicatie, conform de Qualicoat-eisen. Daarover ontstaat lange discussie, waarna blijkt dat de test na productie niet is uitgevoerd.

Op het moment dat COT niet meer betrokken is bij de verdere afwikkeling, blijkt bij lab-onderzoek achteraf, waarbij een deel van het leuningwerk in een oven bij 180˚C wordt geplaatst, dat deze wel is bestand tegen de spottest maar wederom duidelijk een kwalitatief gebrek bezit. De claim is dan al ‘op alle fronten’ afgewezen vanwege ‘niet-gereinigd’ en ‘fabriekslekkage’. Eerlijkheidshalve moeten we melden dat uiteindelijk de schade ten gunste van de claimende partij uiteindelijk wel is opgelost.

 

Wildgroei

Bovenstaande casus dient slechts ter voorbeeld. Er zijn ook situaties waarbij de poedercoating er ‘vanaf waait’, louter en alleen door een slechte hechting. Maar ook dan valt het onder de noemer ‘onvoldoende reiniging’.

Zelfs arbiters en rechters hebben ‘recht gesproken’ waarbij de beheerder/eindgebruiker zich niet heeft gehouden aan de reinigingsvoorschriften, en waarbij de oorzaak van bijvoorbeeld totale onthechting dus bij klager zelf komt te liggen. Het ‘hogere doel’ reinigt hier blijkbaar de middelen. En deze wildgroei zet door, terwijl met de komst van nieuwe, verbeterde verfproducten het aantal voorwaarden merkwaardig genoeg verder toeneemt.

 

Geen draagvlak voor bewijslast

Door het hoge aantal gevallen van coatingschade met vervuiling als oorzaak heeft het COT in 2016 een uitgebreid onderzoek voorgesteld om zin en onzin van bewijslast te valideren. Want nog steeds is niet onomstotelijk bewezen dat het niet-schoonmaken of -houden van een geconserveerd object de technische levensduur van het verfsysteem zodanig aantast dat de beschermfunctie vroegtijdig faalt. Hoe gedraagt een systeem zich en reageert het op de (lokale) invloeden?

Vermoedens in die richting bleken eerdere ook uit een meerjarige buitenexpositie van twaalf zogeheten Ku(n)stwerken, twee op het Tata-terrein in IJmuiden en tien bij het TNO-terrein in Den Helder[1]. Na zestien jaar ongereinigde dienst vertonen ze, op een enkele na, allemaal gebreken door corrosie die niet is veroorzaakt door vuil(ophoping), maar door andere oorzaken, zoals opzettelijk aangebrachte (oppervlakte)defecten en onjuiste detaillering en aansluitingen.

Het mag duidelijk zijn dat het voorgestelde onafhankelijk onderzoek veel geld kost en zo breed mogelijk gedragen moet worden. Het is veelzeggend dat vrijwel niemand inschreef voor deelname.

 

Koosjer

Reinigingsvoorschriften worden toegepast voor poedercoatings op metalen ondergronden maar we komen ze nu ook al tegen voor gewoon onderhoudsschilderwerk in de vastgoedsector. Dus als de verf op houten kozijnen barst, onthecht, verkleurt, verpoedert, blaart, enzovoort, dan is de oorzaak: het niet reinigen. Kijk maar eens goed naar de ‘algemene garantievoorwaarden’, die met wat omwegen leiden naar de reinigingsvoorschriften.

Om alleen al te voldoen aan de garantievoorwaarden moet de eindgebruiker kosten maken, hoge kosten. Als voorbeeld nemen wij een normaal stijlhekwerk waarbij de reinigingskosten € 2,50 tot € 3,50 per strekkende meter hekwerk kost. Reken dat eens door voor een flatgebouw maal drie keer reinigen per jaar, en dan laten we de bereikbaarheid van de objecten en bijbehorende kosten nog buiten beschouwing.

Ons inziens onthoudt de verfindustrie zich hier van zijn verantwoordelijkheid. En laten we eerlijk zijn, een defect laat zich niet wegpoetsen. Reinigen of niet, in ieder geval zijn veel schadegevallen in de praktijk niet helemaal koosjer. En men wast de handen in onschuld. •

 

[literatuur]

1. ‘Te kust en te keur’, Bouwen met Staal 252 (augustus 2016), p. 48-53.